pinkpop

VERHALEN UIT MIJN PEN

VLIEG MOOIE VOGEL, VLIEG!

Op een koude en regenachtige avond belde ik bij je aan. Jouw deur ging open en ik kwam binnen in -zoals je dochter het later benoemde- een kippenhok. Jouw enorme bonte keuken was gevuld met bijna een elftal aan -volwassen- kinderen. Je had hen enkele ogenblikken daarvoor verteld wanneer jij zou sterven. Want jij had alles al zorgvuldig uitgedacht.

We namen plaats in je kleurrijke woonkamer en jij nestelde je op een van de vele banken met aan weerszijden jouw kroost. Ze nestelden zich naast je alsof ze allemaal nog even op je schoot wilden zitten. Als een ‘Moeder Gans’ spreidde jij je vleugels alsof je daarmee jouw kuikens onder je hoede nam.

OOGVERBLINDEND
Ondanks de sombere regenachtige avond scheen de zon in de kamer. Waarom? Ik kon er toen nog niet mijn vinger op leggen. Later, tijdens jouw uitvaart, toen Herbert Grönemeyer het in zijn liedje ‘Der Weg’ zong, zou blijken waarom. “Du hast jeden Raum mit Sonne geflutet.” En zo was het. Je vulde de ruimte met de warmte van jouw zonnestralen.

Je was ziek. Niet zomaar ziek, niet heel ziek, maar doodziek. Behandeling zou je misschien wat verlenging geven, maar zeker geen kwaliteit van leven. Niemand was dan ook verbaasd toen je besloot geen behandeling te accepteren. In plaats daarvan had jij je eigen weg gekozen. De dag stond vast waarop jij liefdevol jouw kuikens in de grote wijde wereld zou loslaten en jij zou wegvliegen. Want jij had jouw -te korte- leven écht geleefd. Dus het was goed zo vond jij.

Vijf dagen later stierf je. Met je hoofd op schoot van je geliefde, omringd door al je kuikens.

JOUW FEEST, JOUW FESTIVAL
Je uitvaart werd een Vaarwel Festival, compleet met VW-campertjes, festivalbandjes en vuurkorven. Jouw kist stond tussen de hooibalen, omringd door Mariabeelden en een zee aan kaarsen. Jouw poriën ademden festival, dus jouw afscheid moest een festival worden, daar bestond geen enkele twijfel over. Met veel muziek, drank en heel veel mooie herinneringen. Ik stond aan de zijlijn en keek -soms met een brok in mijn keel- toe hoe iedereen vertelde hoezeer jij hun leven hebt verrijkt. Hoe jouw zonnestralen hun harten verwarmden.

Alle superlatieven doen te kort aan jouw karakter. Jouw hart was immens groot met ruimte voor iedereen. Maar vooral voor jouw kuikens.
Met succes bouwde je voor jezelf en je gezin een liefdevol warm nest met ook plek voor hier en daar een verdwaalde, vreemde vogel.  

HET PARADIJS
Je was geen Moeder Gans -die benaming doet je écht tekort- maar de mooiste Paradijsvogel die ik óóit heb gezien. En zoals iedere vogel zijn eigen lied zingt, zong ook jij je eigen lied: Geniet, want het leven is het waard!

Dag mooi-kleurrijk-moedig mens! Vlieg het Paradijselijke Festival tegemoet.

↑ Top of Page